Berichten

Altijd vergeven?
28 februari 2013JeugdverenigingRedactie 2 Comments

De jongeren op de jeugdvereniging rouleren als het gaat om het maken van de inleiding. De meeste stoppen er heel wat uurtjes werk in. En het is dan ook jammer van al dat werk wanneer dat niet breder gedeeld kan worden. Daarom hieronder een recent gehouden inleiding die meer dan de moeite waard is gelezen te worden. (De getoonde afbeelding is een uitsnede van het schilderij “De terugkeer van de verloren zoon” van Rembrandt, circa 1662.)

Lezen: 2 Samuël 12: 13- 23 en Lukas 17:3-6
Zingen: Ps. 35:1 en Ps. 130:2

Altijd vergeven?

Inleiding
Misschien ken je dat wel. Je had een hele goede vriend of vriendin, maar nu… Je hebt het helemaal met hem of haar gehad. Je komt die persoon nog regelmatig tegen. Maar moet je nu net doen alsof er niets tussen jullie is gebeurd? Dat wil en kun je niet.

Vul voor die persoon je broer, je moeder of een collega op het werk in, en je hebt je eigen situatie. De oplossing is niet: het in de doofpot stoppen en doen alsof er niets is gebeurd. God is een God van vrede (1 Kor. 11:33) en wil dat wij vrede maken. In Mattheüs 5:9 worden de vredemakers zalig gesproken. Even verder zegt Jezus dat wij onze vijanden moeten liefhebben en hen moeten zegenen die ons vervloeken (vers 44 e.v.). Dit druist regelrecht in tegen mijn gevoel en mijn natuur. Wij zijn niet zulke vredemakers. Wij veroorzaken makkelijker ruzie en houden eerder conflicten in stand dan dat wij vrede stichten. De duivel wil dat wij het liefst zoveel mogelijk conflicten maken. En wij zijn gewillige en gehoorzame kinderen van hem. ‘Duivelskinderen’ zo lezen we in Johannes 8:44. De Heilige Geest wil dat wij vrede maken. Vrede maken is een kenmerk van de gelovigen en een vrucht van de Heilige Geest (Galaten 5:22). Veel mensen in de wereld vechten, leven in zonde en zijn hard voor elkaar. Onder christenen mag dat zo niet zijn. Wat zijn er helaas veel wereldse christenen.

Vergeving als middel
De Heere wil dat wij vergeven. Vergeving is geen doel. Het is een middel om te komen tot herstel van de verstoorde verhoudingen. Als God ons vergeeft, is dat niet het einddoel. In de vergeving gaat het om herstel van de verstoorde verhouding. De zonde verbreekt de relatie met God. Als God vergeeft, herstelt Hij van Zijn kant die relatie. De verloren zoon ontvangt vergeving en mag weer thuis wonen. Het is weer goed tussen vader en zoon. Het loopt uit op een feest. Dat is de resultaat van vergeving en verzoening. Ze beginnen met z’n allen vrolijk te zijn, want de relatie is hersteld. Dat moet gevierd worden. Door tegen mijn naaste te zondigen, verbreek ik de relatie. Vergeving is gericht op herstel van de relatie. God wil dat het weer goed komt tussen jou en die persoon. Vergeven is een opdracht. En het is nog meer: een geschenk van God. Vergevingsgezindheid is geen vrucht die vanzelf groeit op de akker van mijn hart. Wij zijn niet zo vergevingsgezind. God daarentegen wel. „Onze God vergeeft menigvuldig.” (Jesaja 55:7). Hij is meer geneigd tot vergeven dan wij mensen (Jesaja 55:8 en 9). Je vindt het moeilijk om te vergeven? Maak van het gebod een gebed. Denk aan Psalm 81: „Al wat u ontbreekt schenk Ik, zo gij het smeekt.”

Het begin van de vergeving ligt daar waar ik op mijn knieën lig voor God. Wanneer ik mezelf handhaaf voor God en me hoog houd voor mijn naaste, is vergeven een onmogelijke opdracht. Vergeven leer ik wanneer ik op Jezus zie. Jezus’ hart was vervuld met liefde voor vijanden.

Vergeven en vergevingsgezindheid
Je merkt dat ik onderscheid maak tussen vergevingsgezindheid en vergeven. De vergevingsgezindheid moet er zijn. Maar de ander daadwerkelijk kunnen vergeven, is mede afhankelijk van die ander. Er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Evenmin als God iedereen vergeeft. God is vergevingsgezind, maar vergeeft zonden daadwerkelijk wanneer wij onze zonden belijden en ons bekeren van onze zonden. Als Nathan namens God David zijn zonden vergeeft, heeft David eerst zijn zonde erkend: „Ik heb gezondigd.” (2 Samuël 12:13). Zo gaat dat tussen God en mensen en tussen mensen onderling. Je kunt niet in je eentje vergeven. Vergeving moet van twee kanten komen. Bij het slachtoffer de gezindheid om te vergeven. Bij de dader het besef van schuld. Johannes schrijft ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve’ (1 Joh.1:9). Zo gaat het ook tussen mens onderling.

De bestraffing
We kunnen veel leren van Jezus’ onderwijs in Lukas 17:3,4. Jezus roept ons op vergevingsgezind te zijn. Zevenmaal daags! Er gaat aan de vergeving wel iets vooraf. Wat? De bestraffing. “En indien uw broeder tegen u zondigt zo bestraf hem” (vers 3).

Jezus zegt niet dat we alles in de doofpot moeten stoppen. Wanneer onze naaste in zonde leeft, is het niet goed om het met de mantel der liefde te bedekken. Dat zou echt liefdeloos zijn. Als God David vergeeft wijst Hij hem eerst op zijn zonde (2 Sam. 12:7). In Leviticus 19:17 lezen we: “Gij zult uw broeder in uw hart niet haten, gij zult uw naaste naarstig berispen, en zult de zonde in hem niet verdragen.” We moeten er op afstappen. Niet wachten tot de ander naar ons toekomt. “Bestraf hem!” Dat is niet eenvoudig. Het is makkelijker om te wachten tot de dader uit eigen beweging komt. Je bent bang voor de reactie van de dader. Toch legt Jezus de verantwoordelijkheid bij het slachtoffer. Bestraf hem. Het bestraffen moet wel zachtmoedig gebeuren. “Breng de zodanige te recht met de geest der zachtmoedigheid” (Gal. 6:1). Zachtmoedigheid is niet ‘watjesachtig’. Zachtmoedigheid kun je omschrijven als het hebben van een juiste kijk op je zelf, die tot uiting komt in de houding en het gedrag ten opzicht van anderen. De zachtmoedige plaatst zich niet mijlenver boven de schuldige. Hij weet dat hij van dezelfde zondige lap gescheurd is. Zachtmoedigheid is een vrucht van de Heilige Geest (Gal. 5:22) en is een gevolg van kritisch kijken naar je zelf. Ik sta niet boven de dader maar naast hem. Wij allen hebben gezondigd.

Berouw
“Indien het hem leed is, zo vergeef het hem” (vers 3). De bestraffing blijft niet zonder uitwerking als de dader berouw krijgt. De bestraffing heeft doel geraakt. Niet weten wij allemaal dat niet elk berouw oprecht berouw is. Koning Saul had spijt dat hij David achtervolgde. Zijn berouw was echter van korte duur. Oppervlakkig berouw leidt niet tot verandering van het gedrag. Waar is oprecht berouw aan te herkennen? Nico van der Voet in het lezenswaardig boekje “Altijd vergeven?” noemt zes zaken die ik overneem.

1. Wie oprecht berouw heeft, belijdt schuld. David ging zich pas schuldig voelen, nadat Nathan hem bestraft had.

2. Wie berouw heeft, schaamt zich over wat er is gebeurd. Wie zich schaamt, laat de toenadering aan het slachtoffer over. De verloren zoon weet dat hij verdient dat het slachtoffer hem nooit meer wenst te zien.

3. Iemand met oprecht berouw erkent dat het terecht is dat hij straf ontvangt. De verloren zoon weet dat het zijn verdiende straf is als hij wordt gedegradeerd tot knecht. In Leviticus 26: 41 en 43 lezen we over het welgevallen hebben aan de straf over de zonde. Je bekent dat je straf verdient en je bekeert je.

4. Wie oprecht berouw heeft verdedigt zichzelf niet. David zegt niet tegen Nathan: ik ben fout geweest, maar Bathseba heeft mij verleid. De zondaar neemt de verantwoordelijkheid op zich van zijn zondige daden.

5. Een berouwvol zondaar verlangt naar een nieuw leven. David vraagt, terwijl hij voelt alles te hebben verspeelt, om vreugde en blijdschap in de Heere (Ps.51:10)

6. Het laatste punt is het duidelijkste kenmerk van berouw. Er komt een levensverandering. Heel concreet. Wie roddelde, houdt er mee op. Wie hebzuchtig was, wordt vrijgevig. Zacheüs de gierigaard geeft bijna heel zijn vermogen weg (Lukas 19:8).

Wanneer je het zojuist genoemde bij de dader waarneemt, ligt de weg naar vergeving open. Wanneer genoemde zaken ontbreken kan er van vergeving geen sprake zijn. Maar wat te doen als de dader geen tekenen van berouw vertoont? De voorbeelden zijn legio dat daders zichzelf totaal niet schuldig voelen. Schokkend waren de woorden van Adolf Eichmann, toen hij werd aangeklaagd vanwege zijn aandeel in de Jodenmoord tijdens de oorlog. Voor de rechtbank verklaarde hij onschuldig te zijn. Nu zijn wij van dezelfde lap gescheurd als Eichmann. We voelen ons niet zo schuldig voor God en de naaste. Echter, wanneer Gods Geest ons overtuigt, krijgen we berouw. De weg naar vergeving ligt dan open.

Gezindheid om te vergeven
Als iemand geen berouw heeft, kunnen en mogen wij hem niet vergeven. Het woord van Jezus in Lukas 17:3 is duidelijk: „Indien het hem leed is, zo vergeef het hem.” Wie vergeeft zonder dat er van berouw sprake is, dekt de zonde toe. De dader wordt gestijfd in zijn zonde. God wil dat niet. Waar ik echter vooral op wil wijzen, is dat wij wel de gezindheid moeten behouden om de ander te willen vergeven. Kan ik niet vergeven omdat bij de ander het berouw afwezig is, de Heere vraagt van mij wel de gezindheid om te willen vergeven wanneer hij alsnog komt. Wat overblijft, is de dader in het gebed brengen bij de Heere. Hij is machtig om harde harten zacht te maken. Verder worden we geroepen om de dader lief te blijven hebben. Paulus schrijft in Romeinen 12:20: „Dat doende zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen.” Die vurige kolen moeten we opvatten als het knagende geweten dat gaat spreken omdat de dader spijt krijgt van zijn daden, wanneer hij ziet dat de ander het goede met hem voorheeft. Paulus heeft het hier over onze vijand. Dat is verre van gemakkelijk. Vijanden lief hebben. Dat is voor ons onmogelijk. Het is een gave van de Heilige Geest, waar we voor onszelf om vragen moeten in het gebed. Als alles is geprobeerd zonder effect, kan het zijn dat we ons bij de bestaande toestand helaas moeten neerleggen. We lezen van David verschillende keren dat, wanneer het is vastgelopen, hij zijn zaak neerlegt bij de Heere (Psalm 35:23).

Slot
De Heere Jezus geeft in Lukas 17 helder onderwijs. In dit onderwijs is duidelijk wie dader en slachtoffer is. In de praktijk van alledag ligt dat lang niet altijd zo duidelijk. Aan een conflict zitten vaak meer aspecten. En veelal is er sprake van dat beide partijen niet schuldloos zijn. Er zijn weinig conflicten met zuiver daders en zuiver slachtoffers. Het spreekwoord zegt: ‘Waar twee kijven hebben twee schuld.’ Daarin ligt veel levenswijsheid opgesloten. De praktijk vele malen moeilijker is dan de theorie. We leven in een door en door gebroken wereld vol zondaren. Hoe moeilijk de opdracht om te vergeven ook is, als de ander berouw heeft mogen wij niet weigeren hem te vergeven. Wij van onze kant zouden ook graag willen, wanneer wij berouw hebben, dat de ander ons vergeeft.

 

Vragen

1. a. Wat is het verschil tussen vergeven en vergevingsgezindheid?

b. Wat is het doel van vergeving?

c. Waarom is belijdenis van schuld een voorwaarde voor vergeving?

 

2. In de inleiding stond: ‘Wij moeten vergeven. Het begin van de vergeving ligt daar waar ik op mijn knieën lig voor God en op Jezus zie.‘

a. Wat heeft zelfverloochening (denk aan de preek van vanochtend) hiermee te maken?

b. Wat is er voor jou nodig voordat je de ander vergeeft? Geef eens een voorbeeld.

 

3. Oprecht berouw herken je aan zes dingen:

– belijden van schuld
– schaamte over wat gebeurd is
– erkennen dat terecht straf ontvangen wordt
– verdedigd zichzelf niet
– verlangt naar nieuw leven
– concrete levensverandering

a. Welke van de zes dingen herken je in je eigen leven?

b. Welke van de zes dingen is het moeilijkste? Hoe zou dat komen?

 

4. Lees 1 Johannes 1 vers 9. Hoe weet je dat na het belijden van je zonden, je zonden ook echt zijn vergeven?

 

N.a.v. ds. P. den Ouden

'2 reacties to “Altijd vergeven?”'
  1. Bertie schreef:

    Dank u voor deze informatie over vergeven

    Ik heb er persoonlijk veel rust doorgekregen.

    Dank u

    Bertie

Geef uw reactie

Now add some widgets!