Berichten

Een woord van Luther
14 juni 2013BoekenRedactie 0 Comments

Ik wilde enorm graag Paulus begrijpen in zijn brief aan de Romeinen. Maar tot dusver was ik daar niet in geslaagd, en dat kwam echt niet door gebrek aan belangstelling als wel door dat ene zinnentje uit het eerste hoofdstuk: ‘de gerechtigheid van God wordt in het Evangelie geopenbaard’ (Rom. 1 :17). Ik haatte die uitdrukking ‘gerechtigheid van God’, omdat ik overeenkontstig de traditie geleerd had het op te vatten als de actieve gerechtigheid waarmee de rechtvaardige God zondaars straft. Nu was het met mij zo gesteld dat, ook al leefde ik als monnik onberispelijk, ik voelde dat ik een zondaar was en een onrustig geweten had jegens God. Ik durfde er niet op vertrouwen dat ik door mijn werken God zou kunnen behagen. Daarom had ik die rechtvaardige God, die zondaars straft, volstrekt niet lief, maar kwam tegen Hem in opstand. ( … )

Ondertussen bleef ik bij Paulus op de deur bonzen, want ik was wanhopig om te weten wat er achter dat tekstwoord zat. Dag en nacht tobde ik me af en dacht na over het verband van die woorden ( … ).

Uiteindelijk begon ik te begrijpen dat dat ‘gerechtigheid van God’ het geschenk van God bedoeld wordt, waardoor de rechtvaardige leeft uit het geloof. Toen begreep ik de bedoeling: de gerechtigheid van God die in het Evangelie geopenbaard wordt is de passieve gerechtigheid, waardoor de barmhartige God ons rechtvaardigt door middel van het geloof, zoals geschreven staat ‘de rechtvaardige zal door het geloof leven’. Dit maakte dat ik mij geheel herboren voelde, alsof ik door open poorten het paradijs was binnengegaan. Vanaf dat monment toonde de hele Schritt me een ander gezicht. (…)

En nu prees ik dat woord ‘gerechtigheid van God’ met een liefde, even groot als de haat waarmee ik het voorheen gehaat had, en het werd mij het heerlijkste woord. Zo is deze tekst van Paulus werkelijk de poort naar het paradijs geworden (Luther,WA 54, 185v).

 

Geef uw reactie

Now add some widgets!